In memoriam: Betty Goudsmit-Oudkerk (1924-2020)

betty goudsmit oudkerk
Betty Goudsmit-Oudkerk (1924 -2020). Foto: Corbino

Afgelopen zondag overleed Betty Goudsmit-Oudkerk, op 96-jarige leeftijd. Een moedige en sterke vrouw die kans heeft gezien kinderlevens te redden, met haar eigen leven als inzet. Betty Goudsmit-Oudkerk was in de oorlogsjaren kinderverzorgster in de Crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg. Zij was één van de laatste getuigen van het joodse verzet in en rond de Schouwburg. 

Betty Goudsmit Oudkerk
Betty Goudsmit-Oudkerk, omringd door dochter, zoons en zwager, bij de Jom Hasjoa herdenking in de Hollandsche Schouwburg, 2018. Foto door Chris van Houts.

Betty groeide op in een warm en liefdevol gezin, waar veel aan anderen werd gedacht. Haar vader Leendert Oudkerk had een succesvolle manufacturenzaak in de Van Woustraat. Het was een lieve, hardwerkende man. Moeder Henriette Hamburger-Monnickendam was muziekpedagoge. Betty had een goede band met ze. Het gezin Oudkerk woonde boven de winkel. Ze waren met vijf kinderen: Gerrit, Nol, Leni, Betty en Jaap.  
In december 1940 overleed Leendert Oudkerk aan een hersenbloeding. Betty herdacht zijn dood nog ieder jaar.

Op de Amsterdamse Huishoudschool aan het Zandpad in Amsterdam ontmoette Betty andere joodse meisjes – sommigen waren uit Duitsland gevlucht. Ook leerde zij daar Sieny Kattenburg kennen, het begin van een lange vriendschap. Na de zomervakantie van 1941 waren de joodse meisjes niet langer  welkom op de huishoudschool. Betty was toen zeventien jaar. Ze konden aan de slag in de Crèche aan de Plantage Middenlaan, een kinderdagverblijf voor joodse en niet-joodse kinderen, maar vanaf 15 september 1941 uitsluitend voor joodse verzorgsters en joodse kinderen. 

Betty vond het daar in eerste instantie heerlijk, ze genoot van de kinderen, speelde piano, zong, knutselde en volgde er een tweejarige opleiding. In oktober 1942 werd de Crèche dependance van de Hollandsche Schouwburg, en daarmee onderdeel van de deportatie. Het leven in de Crèche werd erg zwaar voor een achttienjarige, niet in de laatste plaats omdat  Betty ook haar eigen verdriet en zorgen had. De gebeurtenissen maakten een onuitwisbare indruk op haar. De kinderen, die, gescheiden van hun ouders, in de Crèche zaten, waren vaak zenuwachtig en bang. Op een dag waren de kinderen zó nerveus en druk, dat Betty beloofde om zich van de bovenste verdieping aan een touw naar beneden te laten glijden, als ze tien minuutjes stil zouden zijn. Ze dacht: “Dat lukt ze toch niet.” Maar het lukte ze wel, en daar ging Betty.
Een kleine groepje kinderverzorgsters werd door Walter Süskind en Henriette Pimentel benaderd om mee te helpen bij het wegsmokkelen van kinderen uit de Crèche. Betty was één van hen. Met gevaar voor eigen leven heeft ze een aantal kinderen in veiligheid gebracht. Maar het feit dat, ondanks alle pogingen om zoveel mogelijk kinderen van deportatie te redden, de overgrote meerderheid is vermoord, dat heeft Betty en haar collega’s nooit meer losgelaten. Die pijn is altijd gebleven.

Betty Goudsmit Oudkerk
Betty Goudsmit-Oudkerk, omringd door dochter, zoons en zwager, bij de Jom Hasjoa herdenking in de Hollandsche Schouwburg, 2018. Foto door Chris van Houts.

In de nacht van 28 op 29 september 1943 vond de laatste razzia in Amsterdam plaats. Die nacht werd ook de Crèche leeggehaald. Met behulp van een vriend zag Betty kans om zich op de zolder van het naastgelegen gebouw, de Hervormde Kweekschool, te verstoppen. De volgende ochtend begon haar onderduikperiode; eerst samen met haar zus Leni, daarna alleen. Haar broertje Jaap zat elders ondergedoken.
Begin 1943 waren Betty’s moeder en grootmoeder weggevoerd. Haar broer Gerrit was in Frankrijk opgepakt, Nol was via de Hollandsche Schouwburg naar Auschwitz gedeporteerd. Allen zijn vermoord.

Na de oorlog ging Betty aan de slag in het Binnengasthuis, en daarna bij de Berg-Stichting, waar joodse weeskinderen werden opgevangen, wier ouders waren vermoord. Ze trouwde met Bram Goudsmit. Vanuit het totale isolement waarin ze na de oorlog terecht kwam, heeft zij een nieuwe familie en een nieuw bestaan weten op te bouwen. Betty en Bram kregen vijf kinderen. Door rechtsherstel kregen Betty, Leni en Jaap de huizen van de familie terug. De verkoop ervan vormde de basis voor Bram Goudsmits makelaarsbedrijf, dat uitgroeide tot een succesvolle onderneming, waarvoor ook Betty zich volledig inzette. 

Betty Goudsmit Oudkerk
Betty Goudsmit-Oudkerk met kleindochter, zoon en schoondochter bij de opening van het Nationaal Holocaust Museum

In 2016 verscheen haar levensgeschiedenis in boekvorm: Betty, een joodse kinderverzorgster in verzet. In datzelfde jaar ontving Betty een B’nai B’rith-oorkonde. Deze internationale onderscheiding, met de titel ‘Jews rescued Jews’, wordt uitgereikt aan joodse verzetshelden tijdens de Holocaust. Betty was bij veel bijeenkomsten in het Joods Cultureel Kwartier aanwezig, bij de opening van het Nationaal Holocaust Museum in oprichting, bij lezingen en herdenkingen in de Hollandsche Schouwburg. Ze was dan vergezeld door een of meer van haar kinderen en altijd bereid een vraag te beantwoorden of een detail van de geschiedenis uit haar herinnering toe te lichten.

De rode draad in Betty’s leven is, naast haar humor, haar enorme veerkracht. Ze had een tomeloze energie: een echte doener. Ze was niet bang, en ze durfde te vertrouwen op haar intuïtie. Haar wilskracht, haar vechtlust, haar gave om ondanks alles het leven te omarmen – dat alles maakte Betty Goudsmit-Oudkerk tot een bijzondere vrouw, die in onze herinnering zal voortleven.

Tekst: Esther Göbel

This site is also available in English.