Theeservies van Martha Weiss

Artikel

Documentairemaker Fred Turnheim stuitte tijdens onderzoek naar zijn familiegeschiedenis op het theeservies van zijn tante Martha Klein-Weiss (1906-1943). De kleinkinderen van Martha's buren hadden het meer dan 80 jaar bewaard. Fred heeft het servies aan het Joods Museum geschonken.

Buren 

Martha kwam uit Wenen maar woonde in België. Daar ontmoette ze Jakob Klein, die ook uit Wenen kwam. Ze trouwden en verhuisden naar Amsterdam, waar hun zoon Fred geboren werd, en later naar het dorpje Halfweg. Jakob werkte bij de Ford-fabriek vlak bij Zwanenburg en Martha gaf bijles Duits.  

Naast Martha en Jakob woonde de familie Kloos. Martha en Jacob noemden hun dochter Ina naar hun buurmeisje. Ina Kloos en haar zus pasten op de kinderen van Martha en Jacob, hun broer Nanto kreeg bijles van Martha.

Kort voordat het gezin Klein-Weiss gedwongen naar Amsterdam vertrok, gaf Martha haar theeservies aan de familie Kloos. Ze hoopte het later weer op te kunnen halen. In 1943 werd het gezin Klein-Weiss naar kamp Vught gedeporteerd. Fred, Ina en Martha werden op 7 juni op het beruchte kindertransport naar Sobibor gezet en direct na aankomst vermoord. Ook Jacob kwam uiteindelijk in Sobibor terecht en werd daar om het leven gebracht.  

Het kindertransport 

Begin juni 1943 werden alle kinderen uit Kamp Vught naar Sobibor gedeporteerd. Op 6 juni de kinderen tot 3 jaar, op 7 juni kinderen van 4 tot 16 jaar, 1300 in totaal. Vaak vergezeld door hun moeders, soms met vaders, soms alleen. Ze werden vrijwel direct vermoord.  

Fred en Ina Klein

-

Digitaal Joods Monument