Toespraak Nationale Dodenherdenking 2026
Tijdens de Nationale Dodenherdenking op 4 mei herdenkt het Joods Cultureel Kwartier de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. In 2026 vond de herdenking plaats in de Hollandsche Schouwburg
Lees hier de toespraak van Itay Garmy terug.
Soms merk je pas hoe belangrijk een naam is op het moment dat die dreigt te verdwijnen.
Een jaar geleden diende ik een aanvraag in voor een Stolperstein voor een man die ik nooit heb gekend, maar die wel onderdeel is van mijn familie: Louis Waisfisz, een oom van mijn overgrootvader. Ik wilde dat zijn naam niet alleen in onze familie zou blijven, maar ook weer zichtbaar werd op straat, zodat mensen erlangs lopen en hem tegenkomen. Dat je even stopt. Dat je denkt: wie was dit?
Een paar weken later werd ik gebeld door de gemeente. Er was nog iemand die een aanvraag had gedaan. Voor precies dezelfde naam. Die aanvraag kwam van de Stichting DovenShoah. Louis was doof. Dat wisten wij niet. Dat leerden wij pas van hen. Hij zat op de dovenschool in Rotterdam en was actief binnen de Haagse dovengemeenschap.
Zonder dat we het van elkaar wisten, waren er dus twee aanvragen voor dezelfde naam.
Blijkbaar gebeurt er iets als een naam dreigt te verdwijnen. Mensen staan op en zeggen: deze naam hoort hier. Niet omdat iemand hen dat oplegt. Maar omdat ze voelen dat iemand niet mag worden vergeten. Dat iemand onderdeel was van een gemeenschap, en dat diezelfde gemeenschap, of een nieuwe generatie, hem niet laat verdwijnen.
We spreken vaak over zes miljoen Joden. Dat laat zien hoe groot het is wat er is gebeurd. Maar hoe vaker we dat getal noemen, hoe makkelijker het wordt om het buiten ons te houden.
Maar een naam doet iets anders. Een naam haalt het terug naar één persoon. Naar één leven. Naar iemand die ergens liep, ergens woonde, ergens thuishoorde. Dat besef bleef bij mij hangen. Niet veel later kwam ik het opnieuw tegen, in iets heel kleins.
Een aquarium.
Het was van twee broers uit Den Haag. John en Sidney Waisfisz, neven van mijn overgrootopa. In 1943 brachten zij dat aquarium naar een reparateur. Het ruitje was kapot. Ze zouden het later ophalen.
Dat hebben ze nooit meer kunnen doen. Kort daarna werden ze opgepakt, samen met hun ouders, en vermoord in Sobibor.
Dat aquarium is bewaard gebleven. Niet door familie, maar door de eigenaar van de winkel waar het was afgegeven. En later door zijn zoon. Iemand heeft besloten: dit gooi ik niet weg. En daardoor is er iets gebleven. Het enige wat wij nog hebben van de familie.
k vertel dit om mijn familie te eren. Maar wat mij het meest bijblijft in dit verhaal, is niet het verlies. Het is die winkelier. En zijn zoon. Iemand die geen familie was. Die niets te winnen had. Die besloot: ik laat dit niet verdwijnen. En die dat doorgaf.
Totdat het decennia later via het Holocaustmuseum weer bij ons terechtkwam. Dat is solidariteit. Niet als groot woord. Maar als kleine daad.
Dat is wat die winkelier deed. Dat is wat de Stichting DovenShoah deed toen zij een Stolperstein aanvroegen voor Louis. Mensen die opstonden voor iemand die zij niet kenden. Die zeiden: deze naam hoort hier. Dit leven telt.
Die keuze is vandaag net zo nodig. Want ook nu zijn er mensen die de ruimte verliezen om zichzelf te zijn.
Zichtbaarheid is een afweging geworden. Zeker voor Joden.
Ik merk het zelf. In kleine dingen. In gesprekken waarin je even afweegt hoeveel je vertelt. In een stilte die net iets te lang duurt. In hoe je soms kiest om iets niet uit te leggen, omdat je weet dat het een discussie wordt die je niet wil voeren. Niet omdat je die niet aankunt, maar omdat je geen zin hebt om jezelf steeds te moeten uitleggen.
Dat zijn geen grote keuzes. Maar ze stapelen zich op. En precies daar verandert een samenleving.
Mijn antwoord daarop is duidelijk. Je trekt je niet terug. Je verbergt niet wie je bent. Je staat er. In mijn geval: als Jood. Als Nederlander. Als Amsterdammer. Als Israëli.
Niet alleen met de delen die voor anderen comfortabel zijn. Juist ook met de delen die dat niet zijn.
Zichtbaarheid werkt twee kanten op. Ik kan mezelf laten zien. Mijn verhaal vertellen. En daarmee anderen de kans geven om mij te leren kennen. Want als ik me verberg, blijf ik voor een ander altijd een onbekende.
Maar het vraagt ook iets van anderen. Dat zij die ruimte geven. Dat zij niet wegkijken als mensen het moeilijker krijgen om zichzelf te zijn. Want dat is solidariteit. Dat is wat een samenleving bij elkaar houdt.
Die solidariteit is niet alleen nodig in het kleine. Ze is juist ook nodig in het grote. Want de tijd vraagt erom.
Voor mijn generatie was vrede vanzelfsprekend. Vrijheid was vanzelfsprekend. Welvaart was vanzelfsprekend.
Dat is het niet meer.
Ik zie hoe democratieën onder druk komen. Hoe oorlog is teruggekeerd op ons continent. En hoe egoïstische geluiden steeds harder klinken. Geluiden die zeggen: eerst wij. Alleen wij. En de rest zoekt het maar uit.
En ik zie hoe wij in Nederland ons voorbereiden op een oorlog die mijn generatie voor onmogelijk hield.
En toch lijkt het alsof het ons niet echt raakt.
Een democratie verdwijnt niet door een grote knal. Maar door een opeenstapeling van stiltes. Door niet meer op te letten. Door weg te kijken.
Onze vrijheid is opgebouwd door mensen die er iets voor hebben opgegeven. Niet voor zichzelf. Maar voor wat daarna zou komen. Voor ons.
En nu is het aan ons. Om diezelfde keuze te maken.
Door te blijven staan voor wat ons bindt. Door op te komen voor mensen die onder druk staan. Door ruimte te geven aan mensen om zichtbaar zichzelf te zijn. Door niet weg te kijken als de democratie wordt uitgehold. Door te zeggen: dit hoort hier.
Niet voor één generatie. Voor elke generatie opnieuw.
Daarom is het ook belangrijk hoe we herdenken. Niet alleen dat we het doen. Maar dat we het samen doen.
Herdenken is een moment waarop we, ondanks onze verschillen, naast elkaar staan. Waarop we bevestigen dat deze geschiedenis ons allemaal aangaat.
Als herdenken iets wordt van losse groepen die elkaar niet meer bereiken, verliezen we precies wat we zouden moeten beschermen. Het gevoel dat we dit samen dragen.
Dat is de keuze die ook vandaag van ons gevraagd wordt.
Zoals mensen opstonden en zeiden: deze naam hoort hier.
Zo is het ook aan ons. Om die keuze te blijven maken.
Voor de mensen naast ons. Voor de samenleving die wij samen delen. Voor de vrijheid die niet vanzelf blijft bestaan.
Mensen horen hier. Met wie ze zijn. Openlijk.
Dat is de opdracht.
Niet morgen. Niet als het beter uitkomt.
Maar hier. Vandaag.
Dank u wel
