Welkom op Jodensavanne

 

jck
Jodensavanne, Jacob Marius Adriaan Martini van Geffen, aquarel, 1850. Rijksmuseum Amsterdam

Dit was ooit het centrum van de grootste joodse plantagegemeenschap van het Amerikaanse continent. Deze agrarische nederzetting werd gesticht door Portugese joden die rond 1666 met pionier-kolonist David Cohen Nassy naar Suriname waren gekomen. Zijn zoon Samuel schonk een deel van de grond aan de joodse gemeenschap in 1682 – het overige deel was een geschenk van de Sociëteit van Suriname, de juridische eigenaar van de kolonie.

Jodensavanne
Foto: Pauline Prior, 2019

In 1684 woonden er circa 230 joden in de kolonie – de meeste in of nabij Jodensavanne – die ruim 1000 tot slaaf gemaakte Afrikanen en Inheemsen bezaten. De Portugese joden legden plantages aan langs de Surinamerivier, waar zij hun slaafgemaakten suiker, koffie, katoen en cacao lieten verbouwen. In 1737, toen de gemeenschap een periode van grote bloei doormaakte, bezaten zij circa 115 plantages.

In het dorp Jodensavanne genoten joden ongekende privileges: ze waren eigenaar van de grond, konden hun geloof vrij belijden, hadden zelfbestuur volgens joods-religieuze en seculiere wetten, een eigen leger of burgermilitie en lieten, met toestemming van het koloniaal gezag, hun slaafgemaakten op zondag in plaats van op zaterdag werken.

jck
Gezicht op Jodensavanne, Hendrik Huygens, pentekening, c. 1850. Rijksmuseum Amsterdam

Op het centrale plein van het dorp bevond zich de synagoge van de Portugees-joodse gemeente Beraha VeSalom (Zegen en Vrede) en vlak daarbij, een begraafplaats. De gemeente was georganiseerd naar het model van de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam. De bestuurders waren vooraanstaande leden, die zelf hun opvolgers benoemden en zo hun macht behielden. Zij waren verantwoordelijk voor rust en orde, hielden toezicht op de handhaving van de joodse wet en gebruiken, en straften overtreders.

Na het vertrek van de planters aan het einde van de achttiende eeuw raakte Jodensavanne gaandeweg in verval. In de jaren 1970 is er begonnen met het schoonmaken en toegankelijk maken van deze bijzondere plaats. Ook wordt er nog steeds wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd. Stichting Jodensavanne houdt zich tegenwoordig bezig met het onderhoud. Ook is er een bezoekerscentrum met een permanente vertaling van de tentoonstelling uit het Joods Historisch Museum ingericht.

prior
Foto: Pauline Prior, 2019
 
prior
Foto: Pauline Prior, 2019

 

Op het terrein staan verschillende informatieborden, welke in 2019 zijn vernieuwd. Bezoekers kunnen hier leren over de geschiedenis van de Jodensavanne.

prior
Foto: Pauline Prior, 2019

 

Beraha VeSalom

jck
Litho in: Pierre Jacques Benoit, Voyage à Surinam, Brussel(s), 1839. Collectie Kenneth Boumann

Dit is de ruïne van Beraha VeSalom (Zegen en Vrede), de eerste synagoge met een architectuur van betekenis op het Amerikaanse continent. Het uit bakstenen opgetrokken gebouw werd in 1685 voltooid en ingewijd. Het was circa 13 meter breed, 29 meter lang en had aan beide breedtezijden een tuitgevel. Met zijn 10 meter hoogte stak het, overeenkomstig religieus voorschrift, boven de huizen uit.

 

jck
Reconstructie synagoge van Philip Dikland, Suriname

De synagoge was omgeven door een houten schutting met een toegang aan elke zijde en stond op een plein in het midden van een rechthoekig terrein met verschillende huizen, dat werd doorkruist door vier straten. Het gebouw bestond uit verschillende vertrekken. Er was een hal en een kamer waar rabbijnen recht spraken (bet din). Twee trappen leidden naar het balkon waar vrouwen de synagogedienst konden bijwonen. In de gebedsruimte bevonden zich de Heilige Ark van cederhout aan de oostzijde en daar tegenover de teba, een verhoogd platform voor de voorlezer. De synagoge bood plaats aan ca. 80 vrouwen en 160 mannen.

Ondanks de teloorgang van Jodensavanne en een brand in 1832, die een aantal huizen van het dorp verwoestte, bleef de synagoge nog in gebruik tot ca. 1865. Daarna begon haar verval.

suriname
Foto: Pauline Prior, 2019

 

Beth Haim

prior
Foto: Pauline Prior, 2019

Hier, op de Portugees-joodse begraafplaats Beth Haim (Huis der Levenden) van Jodensavanne, zijn tijdens veldwerk aan het eind van de twintigste eeuw 462 grafstenen gedocumenteerd. De oudste dateert uit 1685, de jongste uit 1873. De grafzerken, die zijn gemaakt van marmer, natuursteen of kalksteen, zijn volgens Sefardisch (Spaans- en Portugees-joods) gebruik, horizontaal geplaatst. De Portugese joden in Suriname importeerden de grafzerken hoogstwaarschijnlijk vooral uit Amsterdam, waar vele kalligrafen en steenhouwers werkten. Voor de minderbedeelde Portugese joden moet het hier hebben volgestaan met houten graftekens, die in de loop der tijd zijn vergaan.

prior
Foto: Pauline Prior, 2019

Evenals op de oudere Portugees-joodse begraafplaats aan de Cassiporakreek, ruim 2 kilometer stroomopwaarts, hebben de grafstenen figuratieve afbeeldingen en inscripties in het Hebreeuws en Aramees, Portugees, Spaans en Nederlands. Op de zerken staan Hebreeuwse Bijbelverzen en poëzie, en figuratieve afbeeldingen die verwijzen naar kenmerken van de overledene. Zo duidt een hand met een bijl die een boom omhakt op een vroegtijdig beëindigd leven. De telkens voorkomende letters SA en SAGDG (of varianten daarop) zijn een afkorting voor respectievelijk Sepultura (graf) en Sua alma goze da gloria: Moge zijn/haar ziel de eeuwige glorie genieten.

jck
Foto: Pauline Prior, 2017

De begraafplaats herinnert ook aan de slavenmaatschappij. Aan de buitengrens in het lage gedeelte, ooit grenzend aan een schutting, bevond zich de sectie van mulatten. Zij waren nakomelingen van Portugees-joodse mannen en Afrikaanse vrouwen, die als erkende maar niet gelijkwaardig behandelde joden waren opgenomen in de joodse gemeente.

jck
Foto: Pauline Prior, 2017

 

Dit is de grafsteen van Emmanuel, zoon van Samuel Cohen Nassy, overleden op 11-jarige leeftijd op 5 Eloel 5486 (1 september 1726). De handen met gespreide vingers zijn het symbool van de Kohaniem (hogepriesters) en hun afstammelingen.

 

Samuel de la Parra overleed op 7 Sjewat 5487 (29 januari 1727). De doodskop met gekruiste beenderen en gevleugelde zandloper zijn klassieke afbeeldingen, die de vergankelijkheid van het leven symboliseren. De omgehakte boom verwijst naar een vroegtijdig sterven. De Hebreeuwse afkorting betekent ‘Moge zijn ziel worden opgenomen in de bundel des levens’ (gebaseerd op I Samuel 25:29).

 

Solomon Levy Zymenes overleed op 27 Sjewat 5507 (7 februari 1747). Hij werd 81 jaar. De naam Levy stamt af van de Levieten, de dienaren in de tijd van de Tempel (Numeri 18:23). Hiernaar verwijzen de afbeelding van een kan en wasbekken en de Hebreeuwse versregel erboven: de Levieten wasten de handen van de Kohaniem (hogepriesters) voordat deze laatsten de priesterzegen uitspraken.

 

Op 8 augustus 1728 overleed Rebecca Deborah, echtgenote van Gabriel Cardozo Baessa in het kraambed van een doodgeboren kindje. Ze was 25 jaar. De Hebreeuwse afkorting onderaan staat voor ‘Moge haar ziel worden opgenomen in de bundel van het leven’ (gebaseerd op I Samuel 25:29). De gevleugelde zandloper en hand die een boom omhakt symboliseren de vergankelijkheid van het leven en de vroegtijdige dood van Rebecca.

 

Graf van Rachel, echtgenote van Jacob Raphael de Meza, overleden op 31-jarige leeftijd, op 12 Tammoez 5512 (24 juni 1752). De tafel met de toonbroden (boven) is een verwijzing naar het familiewapen van de De Meza’s, dat zinspeelt op het woord mesa, tafel in het Spaans en Portugees. De 5 toonbroden zijn, evenals de 5 druiventrossen, die worden omgehakt door een hand met bijl (onder), een verwijzing naar Rachels vijf kinderen, die zij moederloos achterliet. Het Hebreeuws Bijbelvers bovenaan (Genesis 35:20) is een toepasselijke verwijzing: ‘En Jacob plaatste een gedenksteen op haar graf; tot op heden is dat de gedenksteen van Rachels graf.’

 

Creoolse begraafplaats

prior
Foto: Pauline Prior, 2019

Deze begraafplaats, die vroeger bekendstond als nengre ber’pe (Sranantongo voor ‘zwarte mensenbegraafplaats’), was vanaf de negentiende eeuw de laatste rustplaats van hoofdzakelijk voormalige Afro-Surinaamse slaafgemaakten en hun in vrijheid geboren kinderen.

jck
Foto: Pauline Prior, 2017

Er zijn 141 graftekens bewaard gebleven, waarvan de oudste dateert uit 1860, de nieuwste uit 1959. Zesendertig graftekens zijn geïdentificeerd, zoals die van Annaatje van Laparra en haar zoon Abraham Garcia Wijngaarde. De vrijgemaakte slaafgemaakten kregen deze achternamen van hun voormalige meesters en meesteressen De la Parra (parra is Spaans voor wijnstok).

De meeste graftekens zijn eenvoudige palen van bruinharthout met ronde of hartvormige symbolen. Deze specifieke modellen zijn waarschijnlijk verspreid door de vele Afro-Surinaamse schrijnwerkers. Dit type bepaalde in de negentiende eeuw het beeld van vele begraafplaatsen, waaronder ook de joodse in Paramaribo.

Stichting Jodensavanne is verantwoordelijk voor het behoud van deze begraafplaats en voor de conservering van zijn houten grafpalen.

Op de begraafplaats zijn onderstaande bordjes geplaatst:

Abraham Garcia Wijngaarde werd op 10 april 1828 in slavernij geboren en overleed als vrije man in 1915. Hij was de oudste zoon van Annaatje van La Parra. Zij werd in slavernij geboren als dochter van de Portugeesjoodse plantagehouder Jeosua de la Parra, maar stierf als vrije vrouw. Abrahams joodse verwantschap blijkt zowel uit zijn naam – Wijngaarde is afgeleid van Parra, Spaans voor wijnstok en zijn joodse vader heette Abraham Garcia – als uit zijn grafzerk. Deze is naar Portugees-joods gebruik in liggende positie geplaatst. Abraham genoot groot aanzien: hij was de stichter van de nabijgelegen plantage Carolina, directeur van plantage La Diligence, slaveneigenaar en kapitein van de gewapende burgerdivisie van het district Boven-Suriname.

suriname
Foto: Julie-Marthe Cohen, 2019

 

Dit is de gedenksteen van Kwassie Druiventak, zoon van Cornelia Druiventak, slaafgemaakte van Annaatje van La Parra, die hier vlakbij begraven ligt. Kwassie werd in 1824/1825 als slaafgemaakte op Jodensavanne geboren en was houtzager van beroep. In de periode na de afschaffing van de slavernij in 1863 verruilde hij, evenals als de meeste andere Afro-Surinaamse bewoners, Jodensavanne voor plantage Ayo aan de overzijde van de rivier. Kwassie overleed op 23 november 1873.

suriname
Foto: Pauline Prior, 2019

 

Deze grafpaal van Magdalena Amalia Belliot (1886-1938) is een typisch voorbeeld van de bruinhart hardhouten grafpalen die vroeger veelvuldig werden gebruikt, niet alleen door Afro-Surinamers maar ook door andere bevolkingsgroepen in Suriname.

suriname
Foto: Pauline Prior, 2019
jck
Foto: Pauline Prior, 2017

Dit is de grafzerk van David Hisquiau Baruch Louzada, overleden op 16 april 1828. Louzada werd geprezen als chazzan (voorzanger) en godsdienstleraar van Beracha VeSalom en als mohel (ritueel besnijder). Daarnaar verwijst ook de afbeelding bovenaan: de man op een stoel, de sandak (peetvader), houdt een baby vast, de tweede, de mohel, strekt zijn arm uit om de baby te besnijden, en de derde houdt een gebedenboek vast.

 

In deze graftekst wordt vermeld dat de jonge David Rodrigues Monsanto op 4 september 1739 werd gedood door opstandige slaafgemaakten, die hier ‘wrede opstandige zwarten’ worden genoemd. De Hebreeuwse versregel (Psalm 94:1) vraagt om een goddelijke vergelding en ook de laatste twee regels roepen om wraak.

 

Hier, aan de buitengrens van de begraafplaats, bevindt zich de grafzerk van Jacob Peregrino, een joodse kleurling die door de joodse gemeente niet als gelijkwaardig lid werd beschouwd. Hij stierf op 11 april 1750.

 

David, zoon van Joseph Senior Coronel, overleed op 2 januari 1740. David was mohel, ritueel besnijder, zoals de afbeelding aanduidt. Een geknielde mohel besnijdt de baby op schoot van de sandak (peetvader). De tekst rondom – Psalm 39:3 over Gods verbond met David – legt hier een verband met de naam van de overledene.

suriname
Foto: Pauline Prior, 2019

 

Abigail, dochter van Raphael del Castilho was 7 jaar toen zij op 4 maart 1758 overleed. In het Hebreeuwse gedicht weent iedereen om haar dood en wacht op de wederopstanding van de doden. De rozenstruik onderaan is een variant van de Boom des Levens en symboliseert onsterfelijkheid en eeuwige jeugd.

 

De menslievende, deugdzame en wijze Abigail, vrouw van Joseph Hayim Pinto, overleed op 11 maart 1777 op 29-jarige leeftijd. De Hebreeuwse tekst van Spreuken 31:20 is een verwijzing naar haar liefdadige karakter.

 

De afbeelding is een verwijzing naar de naam van de overledene, Samuel Cohen del Monte, die overleed op 3 mei 1744. De Kohanim (hogepriesters in de tijd van de Tempel) en hun afstammelingen spreken de priesterzegen uit, terwijl zij de vingers van hun handen spreiden.

 

De deugdzame Rachel, vrouw van Joseph de Meza, overleed op 25-jarige leeftijd. Haar vroegtijdige dood en de kortstondigheid van het leven worden hier gesymboliseerd door een nu afgesleten zandloper, vastgehouden door twee engelen (bovenaan), door de engel die een boom omhakt en door het doodshoofd met gekruiste beenderen. De tafel en het toonbrood, linksonder, verwijzen niet alleen naar de attributen in het Heilige der Heiligen (Exodus 25:23-30), maar ook naar het familiewapen van de De Meza’s, dat zinspeelt op het woord mesa, tafel in het Spaans en Portugees.

 

Medicinale bron

jck
Litho in Pierre Jacques Benoit, Voyage à Surinam, Brussel(s) 1839. Collectie Kenneth Boumann

Deze bron, vlakbij het dorp Jodensavanne, levert al eeuwen een kleine, maar constante toevoer van vermeend geneeskrachtig water. Een achttiende-eeuws boek schreef aan het ooit bruisende water helende eigenschappen toe: het zou de genezing van malaria en constipatie bespoedigen.

suriname
Foto: Pauline Prior, 2019

Volgens mondelinge overlevering van de lokale bevolking gebruikten inheemse groepen al voor de komst van de Portugese joden het water voor medische doeleinden. Ook vandaag de dag komen er nog mensen speciaal uit de stad om iets van het wonderwater mee te nemen. Zij gebruiken het niet alleen voor geneeskrachtige drankjes maar ook voor het rituele kruidenbad.

jck
Foto: Pauline Prior, 2017

 

Het Cordonpad

jck
Post Jodensavanne links, begin van het Cordonpad. Litho naar een tekening van G.W.C. Voorduin, 1860-1862. Joods Historisch Museum, Amsterdam

Het Cordonpad - waar u nu staat - was oorspronkelijk een verdedigingslinie met militaire posten. Het liep van Post Vreedenburg aan de Oranjekreek, in het oosten aan de kust, tot aan Post Jodensavanne, gelegen in het dal aan de oever van de Surinamerivier, naast Jodensavanne.

jck
Cordonpad op de voorgrond. Jodensavanne synagoge en begraafplaats, links. G.W.C. Voorduin, aquarel, 1860. Rijksmuseum Amsterdam

Het 94 km lange en 10 meter brede Cordonpad werd tussen 1774 en 1778 aangelegd door slaafgemaakten. Het moest de plantages beschermen tegen plunderingen door marrons, de van de plantages gevluchte slaafgemaakten die zich in de bossen hadden aaneengesloten. Deze marronaanvallen vormden een serieuze bedreiging voor de plantages en de economie van Suriname.

Het Cordonpad is nu vrijwel geheel overwoekerd. Vanuit de lucht is het nog enigszins te herkennen, aan de vorm van onderbroken rechte lijnen.

Kamp Jodensavanne

jck
Foto: Willem van de Poll, 1947. Nationaal Archief Den Haag
suriname
Foto: Julie-Marthe Cohen, 2019

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevond zich rechts van de Jodensavanne een interneringskamp, waar 146 vermeend staatsgevaarlijke Indische NSB’ers gevangen werden gehouden. Deze aanhangers van de Nationaal Socialistische Beweging waren in maart 1942 met het passagiersschip m.s. Tjisadane uit Indonesië aangekomen in Paramaribo. Na opsluiting in Fort Nieuw Amsterdam werden zij in september overgebracht naar deze plaats, die met prikkeldraad, vier wachttorens en vier barakken, was ingericht als interneringskamp. Kamp Jodensavanne werd al snel de groene hel genoemd. De gevangenen werden slecht behandeld, leefden in slechte hygiënische omstandigheden en moesten dwangarbeid verrichten. Een van de opdrachten was het inventariseren van de joodse begraafplaats op Jodensavanne, waar zij de meeste graven blootlegden. Na afloop van de oorlog wist de Nederlandse regering niet goed wat ze met de gevangenen aan moest: zij liet hen pas in juli 1946 vrij.

jck
Foto: Willem van de Poll, 1947. Nationaal Archief Den Haag

 

Cassipora begraafplaats

jck
Foto: Pauline Prior, 2017

Verscholen in het savannebos bevindt zich hier, nabij de monding van de Cassiporakreek, de oudst bekende Portugees-joodse begraafplaats aangeduid met Beth Haim velho. De begraafplaats werd aangelegd niet ver van de eerste nederzetting van de Portugese joden, die was gebouwd hier op de heuvel in het toenmalige district Thorarica. De precieze locatie van de nederzetting is nog niet volledig in kaart gebracht, maar een verkennend archeologisch onderzoek in 2018 duidt erop dat de nederzetting, of een deel daarvan, zich vermoedelijk ten westen van de begraafplaats bevond. Toen de bewoners vanaf 1680 naar Jodensavanne trokken, bleef de begraafplaats aan de Cassiporakreek nog in gebruik.

Aan het eind van de twintigste eeuw werden hier tijdens veldwerk 216 grafzerken blootgelegd, waarvan de oudste dateert uit 1666, de jongste uit 1873. De grafzerken zijn gemaakt van natuursteen of van marmer en zijn geplaatst in liggende positie, naar Spaans- en Portugees-joods gebruik. Twee grafzerken hebben een prismavorm, de zogenaamde ohalim (Hebreeuws voor tenten), die bestemd waren voor geëerde leden van de gemeenschap.

jck
Foto: Pauline Prior, 2017

Op de grafstenen staan teksten in het Hebreeuws, Aramees, Portugees, Spaans en Nederlands. Spaanse en Hebreeuwse gedichten, Bijbelverzen en figuratieve voorstellingen verwijzen naar kenmerken van de overledene. Zo zijn de handen met gespreide vingers een verwijzing naar de priesterzegen van de Kohaniem (Numeri 6: 22-27), een afbeelding die voorkomt op het graf van een Cohen Nassy. Vroegtijdig sterven wordt verbeeld door een bijl die de Boom des Levens omhakt. De afkorting SA staat voor Sepultura (graf), de letters SAGDG (of varianten daarop) betekenen Sua alma goze da gloria: Moge zijn/haar ziel de eeuwige glorie genieten.

De Cassiporakreek-begraafplaats wordt beheerd en onderhouden door Stichting Jodensavanne, in samen- werking met de inwoners van het nabijgelegen dorp Redi Doti.

 

 

This site is also available in English.