Ooggetuige: Micha Gelber

Micha, Dukie en Radja, 1941, privébezit Micha Gelber
‘Mijn leven, zeg ik wel eens, begint op 10 mei 1940.’
Micha Gelber werd in 1935 geboren als tweede zoon van Erich Theodor Gelber en Meta Gelber-Kattenburg. Hij groeide op in Ede met zijn broer Dukie, die tweeënhalf jaar ouder was, en hond Radja. Zijn ouders waren overtuigde zionisten.
Micha was vier jaar oud toen Duitse troepen op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen. Het gezin vluchtte naar Rotterdam, waar zijn grootmoeder Kattenburg woonde. Daar maakte hij het bombardement op Rotterdam mee. De gebeurtenissen uit die tijd en de daaropvolgende anti-Joodse maatregelen hebben een blijvende indruk op hem gemaakt.
Zijn vader werkte als hoofdingenieur bij de melkwolfabriek van de Algemene Kunstzijde Unie (AKU). Toen in juli 1942 de massale deportaties begonnen, dook het gezin onder bij contacten van de AKU. De onderduik was van korte duur, omdat Joodse medewerkers van de AKU een tijdelijke vrijstelling van deportatie, Sperre, kregen. Bovendien beschikte het gezin over zogenoemde Palestina-papieren. Nadat de Sperre ongeldig was verklaard, werd het gezin op 30 juli 1943 alsnog opgepakt.

Micha, Dukie en Erich Theodor Gelber, 1941, privébezit Micha Gelber
De zevenjarige Micha kwam samen met zijn ouders en broer terecht in doorgangskamp Westerbork. Vijf maanden later, in januari 1944, werd het gezin naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Toen de geallieerden in het voorjaar van 1945 naderden, evacueerde de kampleiding een deel van de kampgevangenen in drie treinen, waaronder het gezin Gelber.
Op 11 april verlieten zij het kamp. Na een uiterst zware tocht bereikte de trein op 23 april 1945 het Duitse plaatsje Tröbitz, waar zij door het Rode Leger werden bevrijd. Tijdens deze reis, die later bekend werd als het verloren transport, kwamen velen om het leven of overleden kort na de bevrijding. Het gezin Gelber overleefde de Sjoa.
Begin jaren vijftig maakte het gezin alija naar Israël. In 1967 keerde Micha terug naar Nederland, waar hij zich in Rotterdam vestigde. Daarna woonde hij voor zijn werk enige tijd in de Sovjet-Unie en later in Oekraïne. Na zijn definitieve terugkeer naar Nederland zette hij zich met name in voor de Liberaal Joodse Gemeenschap (LJG) Rotterdam.
Daarnaast was hij voorzitter van de Stichting Comité Loods 24 en van de Nederlandse afdeling van de vereniging Het Verloren Transport Bergen-Belsen – Tröbitz, april 1945. Ook werd hij lid van het adviescollege van het Centraal Joods Overleg en was hij betrokken bij de onderhandelingen over de Maror-gelden.
Voor zijn inzet en activiteiten voor de Joodse gemeenschap werd hij op 30 april 2004 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 2009 verscheen zijn autobiografie Bergen-Belsen en daarna (Verbum). Micha Gelber is tevens gastspreker bij het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WOII-Heden.

Micha met zijn ouders, Erich Theodor Gelber en Meta Gelber-Kattenburg, na de oorlog, privébezit Micha Gelber
Digitaal Joods Monument
Het Digitaal Joods Monument is een online monument voor de meer dan 104.000 Joden die in Nederland werden vervolgd en de Holocaust niet overleefden.
Hier verzamelen we verhalen en herinneringen. Zo schetst het monument een veelzijdig beeld van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, de Sjoa en de Joodse gemeenschap in Nederland.
