Haarlem
Herdenkingen in huizen, winkels en scholen die de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog invoelbaar maken.
3 & 4 mei 2026
Open Joodse Huizen
Huizen van Verzet
De oorlogsjaren van Chris Walker
Chris Walker was een doodnormale jongen uit Amsterdam die tijdens de Duitse bezetting van Nederland betrokken raakte bij het verzet en dit ternauwernood overleefde. Chris’ verhaal is geen succesverhaal, geen heldenverhaal, integendeel, er ging veel mis en misschien lag dat ook wel aan een bepaalde mate van naïviteit die hem eigen was. Chris pikte geen onrecht en deed wat hem gevraagd werd om dit onrecht te bestrijden, zonder zichzelf daarvoor op de borst te slaan.
Dat ging op een zeker moment fout, en Chris belandde in Kamp Amersfoort waar hij het mikpunt werd van kampbeul Kotalla. Hij wist tal van ontberingen in verschillende kampen in Duitsland te doorstaan, voor hij weer in Nederland terugkeerde.Na de bevrijding sprak Chris nauwelijks over zijn oorlogsverleden, tot hij op 89-jarige leeftijd op een bankje aan het Spaarne aan de praat raakte met Willemien Spook. Op 3 mei vertelt zij Chris’ verhaal.
Nagtzaamplein 67

Familie Baruch
Isaac Haim Baruch en zijn vrouw Anna Rodrigues Pereira waren Sefardische Joden die vanaf 1921 samen met hun kinderen Sara, Selly en Leonard aan het Haarlemse Oranjeplein woonden. Toen de oorlog begon, leefde Anna al niet meer en woonde Isaac Haïm hier nog alleen met Selly.
In februari 1943 werden Isaac Haim en Selly gedwongen hun mooie woning aan het Oranjeplein te verlaten en te verhuizen naar een kamer in Amsterdam. Ze hebben nog geprobeerd om zich, in de geest van anatoom Arie de Froe, niet-Joods te laten verklaren, maar dit mocht niet baten. Isaac Haim werd op 25 maart 1944 in Theresienstadt vermoord. Selly overleefde dit kamp en hierna ook Auschwitz. Een van de dodenmarsen werd haar echter fataal.Dochter Sara en zoon Leonard wisten de oorlog met hun gezinnen te overleven. Op 4 mei vertelt Leonards kleindochter Jiska ’t Mannetje het verhaal van haar familie.
Oranjeplein 34

Nardus-van Buurencollectie
De Joodse Leo Nardus uit Utrecht werd in Amsterdam opgeleid tot kunstschilder. In 1894 vertrok hij naar New York, waar hij succesvol werd in de handel in oude meesters. Zijn Amerikaanse carrière eindigde abrupt in 1908, toen enkele door hem duur verkochte schilderijen vervalsingen bleken te zijn. Hij vertrok eerst naar Parijs, woonde daarna een tijdje in Nederland en vestigde zich in 1921 definitief in Tunesië.
Zijn kunstcollectie gaf hij in bewaring aan zijn eveneens Joodse vriend Arnold van Buuren. In 1942 werd hij gedwongen de collectie af te staan aan de roofbank Lippmann Rosenthal, waarna de stukken in onder meer Keulen en Amsterdam werden geveild. Arnold en zijn echtgenote werden in april 1943 in Sobibor vermoord.Na de oorlog diende Arnolds dochter Hedda schadeclaims in bij de Stichting Nederlands Kunstbezit en ook Leo deed via zijn dochter Flory pogingen om zijn bezittingen op te eisen. Kunsthistorica Esmée Quodbach doet onderzoek naar de Nardus-van Buurencollectie en vertelt op 4 mei het verhaal.
Groot Heiligland 62

Programma 3 mei
Op verschillende adressen worden slachtoffers en overlevenden van de Tweede Wereldoorlog herdacht. Bijwonen is gratis.
Bakenessergracht 46b
Van 1897 tot 1938 woonde rabbijn Simon Philip de Vries met zijn gezin op dit adres. De woning was een belangrijke ontmoetingsplaats en een bron van kennisoverdracht, inspiratie en spiritualiteit. Simon Philip en zijn echtgenote werden in Bergen-Belsen vermoord. Van hun negen kinderen overleefden vijf de oorlog. Kleindochter Tamar Walma van der Molen-de Vries vertelt hun verhaal.
Deze locatie is niet rolstoeltoegankelijk
Hagenstraat 10 (Rosenstock-Huessyhuis)
Het Rosenstock-Huessy Huis is het voormalige Sint Jacobs Godshuis voor wezen, armen en bejaarden. In de kapel van het pand vertelt Frank Habraken over zijn grootvader Harry, die voor het verzet werkte en in dit complex een drukkerij had.
Deze locatie is niet rolstoeltoegankelijk
Spaarne 25
In 1911 lieten de broers Van Voolen dit pand en het naastgelegen ’tweelinghuis’ bouwen voor hun gezinnen. Ze runden een bedrijf waar men spullen op afbetaling kon kopen. Kleinzoons Ernst en Edward van Voolen vertellen hun verhaal.
Deze locatie is rolstoeltoegankelijk
Slachthuisstraat 1b rd
Al vrij vroeg tijdens de bezetting werd Jacob Jan Hamelink tijdens een verraden verzetsbijeenkomst in Rotterdam doodgeschoten. Zijn kleinzoon Frank en schoonkleindochter Dicky Kerkhoff vertellen zijn verhaal en dat van zijn echtgenote.
Deze locatie is niet rolstoeltoegankelijk
Hagenstraat 10 (Rosenstock-Huessyhuis)
De Leo Smit Stichting brengt muziek van vervolgde, veelal Joodse componisten onder de aandacht. Bestuurslid en onderzoeker Carine Alders vertelt over hun leven en muziek. Het programma wordt muzikaal begeleid door Tobias Borsboom, directeur van de stichting en pianist.
Deze locatie is niet rolstoeltoegankelijk
Nagtzaamplein 67
Willemien Spook vertelt het verhaal van de verzetsman Chris Walker.
Deze locatie is rolstoeltoegankelijk
Programma 4 mei
Amsterdamsevaart 278 (Joodse begraafplaats)
De Joodse Naftalie Hartog de Vries en zijn gezin doken onder, al voorkwam dit niet dat zij alsnog naar Bergen-Belsen werden gedeporteerd. In april 1945 kwam het gezin terecht op het beruchte ‘Verloren Transport’. Naftalie overleefde dit niet en werd langs het spoor begraven. Onderzoeker Chris Hoogendoorn vertelt het verhaal van de familie De Vries.
Deze locatie is niet rolstoeltoegankelijk
Amsterdamsevaart 278 (Joodse begraafplaats)
Beheerder Bert van Schaik over de begraafplaats en over begrafenisrituelen. Henk Duits zal daarna iets vertellen over de uit Polen afkomstige verpleegster Jozefina Komet en drie leden van de familie Dondorp, die in mei 1940 kozen voor zelfdoding. Ze liggen hier begraven.
Deze locatie is niet rolstoeltoegankelijk
Vijverlaan 6
In deze villa zat de Joodse Dolf Cohen ruim 2,5 jaar ondergedoken. De eveneens Joodse Hetty Koster overleefde de oorlog op verschillende adressen buiten de Randstad. Hun zoon Floris vertelt hun verhaal en staat stil bij het Joods Lyceum waar zij tijdens de bezetting lesgaven.
Deze locatie is rolstoeltoegankelijk
Kleverparkweg 37
Dominee Siertsema en zijn gezin waren zeer actief in het verzet. Ook namen zij het Joodse meisje Hannie Woudstra als onderduiker in huis. Zijn kleinkinderen Bettine en Gijsbert Siertsema vertellen hun familieverhaal.
Deze locatie is rolstoeltoegankelijk
Lange Wijngaardstraat 14
In 1888 werd dit grote pand door de Joodse gemeente gebouwd. Het bevatte een godsdienstschool, vergaderzalen, een secretariaat, een ritueel bad en een dienstwoning. Voorzitter van de Stichting Joods Gemeentegebouw, Wim de Wagt, geeft tekst en uitleg.
Deze locatie is niet rolstoeltoegankelijk
Bisschop Ottostraat 29
In deze kleine woning zaten twee Rotterdamse Joodse gezinnen ondergedoken, tot zij in 1943 op één na werden ontdekt en naar Sobibor werden gedeporteerd. De enige overlevende was het zoontje van een van de gezinnen. Zijn dochter Esther Joël vertelt samen met de toenmalige buurjongen het verhaal.
Deze locatie is niet rolstoeltoegankelijk
Groot Heiligland 27 (Frans Hals Museum)
Kunsthistorica Esmée Quodbach vertelt over de Nardus-van Buurencollectie.
Deze locatie is rolstoeltoegankelijk
Oranjeplein 34
Jiska ’t Mannetje vertelt het verhaal van haar overgrootvader Isaac Haim Baruch en diens dochter Selly.
Deze locatie is niet rolstoeltoegankelijk
