Menu

NHM Vertelt: Virry de Vries Robles

Virry de Vries Robles was 11 jaar toen ze in 1943 in kamp Westerbork terecht kwam. Vanwege haar vaders functie werd ze met haar familie ruim anderhalf jaar van transport vrijgesteld en uiteindelijk bevrijd. In het Nationaal Holocaust Museum in oprichting vertelt ze haar verhaal.

Virginie (Virry) de Vries Robles werd op 2 juli 1932 in Amsterdam geboren als dochter van Bernard (Bert) de Vries Robles en Suze Adèle de Vries. Haar vader, die in 1906 in Paramaribo was geboren, kwam na de Eerste Wereldoorlog naar Nederland en werd daar huisarts. Tot diep in de oorlog bleef Virry enig kind in een geassimileerd gezin. 

Na juli 1942 werkte haar vader als arts in de Hollandsche Schouwburg,  waar hij door Walter Süskind, beheerder van de schouwburg, betrokken raakte bij de hulp aan joodse kinderen. 
In 1943 werd het gezin De Vries Robles tweemaal opgepakt. De eerste keer, in de zomer werd de familie na een nacht op een verzamelplaats voor joden aan de Polderweg weer vrijgelaten. De tweede maal, begin november, werden zij vastgezet in de gevangenis aan de Weteringschans. Twee weken later werden zij op transport gesteld naar Westerbork. Op last van SS’er Ferdinand aus der Fünten werd haar vader op 10 januari 1944 uit Westerbork ontslagen. Naast zijn functie als arts zal waarschijnlijk ook hebben meegespeeld dat hij op de Calmeyer-lijst stond, waardoor het gezin gesperrt was. 

Virry bleef in Westerbork achter met haar zwangere moeder, die in juli 1944 beviel van een zoon, Eric. Op 13 september 1944 moesten zij drieën alsnog op transport, het laatste uit Westerbork. Een half uur voor vertrek naar Bergen-Belsen werden Virry, haar moeder en broertje uit de trein gehaald. In april 1945 werden zij in Westerbork bevrijd. 

Al tientallen jaren zet Virry de Vries Robles zich in om de herinnering aan de Sjoa levend te houden en jongeren bewust te maken van de consequenties van discriminatie en intolerantie. 
 

This site is also available in English.