Wereldwandelaars

Een bijzondere collectie - vier idealisten op voetreis

 

In 2005 kreeg het Joods Historisch Museum een indrukwekkende collectie die bekend werd als de collectie Wereldwandelaars. Deze verzameling foto’s, tekeningen, brieven, kaarten en dagboeken vertellen het verhaal van een reis die drie jonge mannen in 1911 begonnen. Een voetreis over de wereld die tien jaar had zullen duren. In 2020 verscheen het boek De Wereldwandelaars.

 

LR_003 full with

Vegetariër, geheelonthouder, atheïst, Esperantist en antikapitalist

In 1911 besloten de negentienjarige Abraham Mossel en zijn vrienden Gerard Perfors (21) en Frans van der Hoorn (20) om in tien jaar een voetreis rond de wereld te gaan maken. Zij waren van eenvoudige komaf, maar vol idealen. Met een afkeer van het kleinburgerlijk bestaan lieten de drie Nederland achter zich. Platzak maar vol idealen gingen zij op weg, alledrie overtuigd vegetariër, geheelonthouder, atheïst, Esperantist en antikapitalist. Onderweg voorzagen zij in hun onderhoud met het verkopen van ansichtkaarten met portretten van henzelf als wereldreiziger en journalist.

Eindpunt in Palestina

Het drietal trok door Duitsland, de Alpen over, Italië, Oostenrijk-Hongarije, de Balkanlanden, Egypte, Syrië, Libanon en Palestina. In Wenen sloot Marie Zwarts zich bij hen aan, zij was de verloofde van Gerard Perfors.
In 1913 arriveerden de wandelaars in Palestina waar zij een jaar woonden en werkten. De Eerste Wereldoorlog maakte een eind aan het avontuur. In 1914 keerden drie van hen gedwongen terug naar Nederland. Frans van der Hoorn bleef in Palestina.

De nalatenschap van de reis

De nalatenschap werd tientallen jaren zorgvuldig bewaard en werd door de kleindochter van Gerard Perfors en Marie Zwarts aan het Joods Historisch Museum geschonken. Nu, bijna 110 jaar nadat zij uit Nederland vertrokken, verschijnt het boek De Wereldwandelaars. Een verbond van idealisten.  Een reconstructie van de reis, een zoektocht naar de bronnen van hun idealisme en naar het verdere verloop van de levens van de Wereldwandelaars is door schrijver en historicus Wim Willems in oktober 2020 gepubliceerd.

 

Route

De route in Europa liep door Duitsland, Zwitserland, Italië, Oostenrijk-Hongarije en de Balkanlanden. Met de boot werd vervolgens de oversteek gemaakt naar Constantinopel, het huidige Istanbul. 

 

Route Europa D008351
Bron: Uitgeverij Querido

 

Vanuit Turkije maakten ze de oversteek naar Egypte en vervolgens naar Syrië (het deel dat nu Libanon is) en zakten vervolgens af naar Palestina, toen nog behorend tot het Ottomaanse rijk.

Zie hier een overzicht van alle plaatsen die op de route werden aangedaan

route D008352
Bron: Uitgeverij Querido

 

 

De nalatenschap

In het Joods Historisch Museum worden de tekeningen, foto's brieven en dagboeken bewaard.

Bekijk hier de tekeningen die Bram Mossel maakte.

Bekijk de foto's van de reis en enkele van na die tijd

Bekijk de dagboeken, stempelboeken, brieven en artikelen

 

collage collectie

Maak kennis met de vier wereldwandelaars

Abraham (Bram) Mossel (11 oktober 1891 - 1944)

Bram Mossel werd in Amsterdam geboren en groeide er op in een liberaal joods milieu, als tiende zoon van voorzanger Simon Mossel, uit diens tweede huwelijk. Hij leerde Hebreeuws en werd op 13-jarige leeftijd bar-mitswa. Daarna hebben hij en zijn broers en zussen uit dit huwelijk het joodse geloof losgelaten. Ook moeder Martha van der Wijk is in de loop van haar leven afgestapt van het geloof. Bram volgde een tekenopleiding aan de architectenschool in Amsterdam. Al vroeg vatte hij het plan op om een wereldreis te maken. Toen hij Gerard Perfors leerde kennen via de socialistische Jongeliedenvereniging, begonnen zij samen dit plan vorm te geven. Beide waren vegetariër, pacifist, geheelonthouder en atheïst. Na de voetreis met de Wereldwandelaars (1911-1914) wilde Mossel via Eritrea richting India reizen. Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd hij zomer 1914, aan de grens van Eritrea, teruggestuurd naar Port Said in Egypte. Hij keert vervolgens naar Nederland terug. Vader Simon Mossel was, gedurende de hele reis, contactpersoon voor de wereldreizigers.

In 1925 maakte Bram nog een grote tocht op de fiets door Spanje en Spaans-Marokko met zijn vriendin Hendrien Schweiger. Abraham trouwde in september 1929 met Toos Hopper en kreeg met haar drie zoons. Hij verdiende de kost als fotograaf en had in Soest een fotozaak. In januari 1942 liet hij zich, omdat hij joods was, van zijn niet-joodse vrouw scheiden om daarmee de overlevingskansen van zijn drie zoons te vergroten. Hij weigerde in de oorlog de verplichte jodenster te dragen. In de zomer van 1942 werd hij door een buurman verraden en via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. In Kosel, net ver van  Auschwitz, werden alle mannelijke gedeporteerden van dit transport uit de trein gehaald om als dwangarbeider tewerkgesteld te worden. Een exacte overlijdensdatum is van Abraham niet bekend. Op zijn laatst is het maart 1944 geweest.

Gerard Perfors (1 januari 1890 - 24 januari 1964)  

Gerard Perfors werd geboren op 1 januari 1890 in Den Haag, als zesde zoon in een eenvoudig arbeidersgezin. Hij had het meubelmakersvak geleerd en leefde van los werk. Door zijn keuze voor een afwijkende levensstijl (vegetarisch, atheïstisch) kwam hij in hevig conflict met zijn ouders en zijn omgeving. Hij vertrok in 1910 naar Amsterdam waar hij een vrijer leven wilde opbouwen, maar ook hier botste hij met de burgerlijke maatschappij. Zijn weerzin tegen het slavenbestaan en het verlangen naar vrijheid deden hem het plan opvatten de wereld in te trekken. Toen hij Abraham Mossel leerde kennen kon dit plan werkelijkheid worden. Slechts weinigen uit Gerards familie- en vriendenkring steunden zijn reisplannen.

Gerard trouwde op 28 mei 1914 in Beiroet met Maria Zwarts, die zich op 1 maart 1912 in Wenen bij de Wereldwandelaars had gevoegd. Na hun terugkeer in Nederland vestigden zij zich in Oosterbeek, kregen kinderen en kleinkinderen. Gerard Perfors overleed op 24 januari 1964 op 74-jarige leeftijd.

Marie Zwarts (4 december 1890 - 3 april 1962)

Maria Wilhelmina ('Marie') Zwarts werd geboren op 4 december 1890 in Delft, als oudste van zeven dochters in een arbeidersgezin. Zij had, net als Gerard en Frans, alleen lagere school. Gedurende de eerste maanden van de reis werd er druk gecorrespondeerd tussen Gerard en Marie. Ook Marie wilde losbreken uit de beklemmende burgerlijke maatschappij. Zij nam na een half jaar het besluit om zich bij de drie wereldreizigers te voegen en gaf haar baan als dienstbode op. Per trein reisde ze naar Wenen, waar ze zich in maart 1912 bij het drietal aansloot. Marie Zwarts trouwde op 28 mei 1914 in Beiroet met Gerard Perfors. Na terugkeer in Nederland in 1914 vestigden zij zich in Oosterbeek, kregen kinderen en kleinkinderen. Marie Perfors-Zwarts overleed op 3 april 1962.

Frans van der Hoorn (4 mei 1891 - 1946) 

Frans van der Hoorn, geboren in Den Haag, was de tweede zoon uit een arm gezin met acht kinderen. Zijn vader was groenteventer net als de meeste van zijn broers. 

Frans had Esperantoro geleerd. Om in het buitenland makkelijker te kunnen communiceren vroegen Gerard en Bram hem om een aantal Esperantolessen. Het plan om een wereldreis te maken sprak Frans echter zo aan dat hij zich aansloot bij het tweetal.
Toen Frans in Palestina rondtrok ontmoette hij Tzila Horowitz in Galilea. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak probeerde hij via Beiroet terug naar Nederland te reizen maar hij kreeg op het laatste moment geen toestemming van de Tiurkse autoriteiten om uit te reizen. Hij bleef en trouwde met Tzila. Het stel vestigde zich in kibboets Kfar Giladi. Later verhuisden ze naar Metulla. Zij kregen drie zonen en een dochter.
Frans werd later bekend door zijn deelname aan de strijd om de 'Vinger van Galilea' in het najaar van 1920, waarbij zijn nederzetting Metulla, verdedigd moest worden tegen de Arabische bevolking. Hierbij vielen acht slachtoffers aan joodse zijde. Frans is altijd in Palestina gebleven en overleed in 1946 te Metulla. Hij ligt begraven aan de voet van de 'Leeuw van Tel-Chai'. 

 

This site is also available in English.