Menu

Interview met algemeen directeur Emile Schrijver over De knielende Petrus

Na 120 jaar zou Rembrandts meesterwerk De knielende Petrus uit 1631 weer in Nederland te zien zijn. Na lang onderhandelen mocht het Joods Historisch Museum het topstuk lenen van het Israel Museum in Jeruzalem. Het schilderij moest het hoogtepunt zijn van een tentoonstelling in het kader van het jubileumjaar Rembrandt & de Gouden Eeuw, die opent op 13 september 2019.

Op het laatste moment liet het Israëlische museum echter weten dat het schilderij niet naar Nederland komt. ‘Dat is een tegenvaller’, aldus directeur Emile Schrijver van het Joods Cultureel Kwartier, die uitlegt waar de kink in de kabel zat.

Al 2½ jaar geleden begonnen de gesprekken met het Israel Museum, een van de belangrijkste joodse musea ter wereld. Het Joods Cultureel Kwartier onderhoudt al jaren goede relaties met dit museum, zegt Schrijver. ‘Voor het schilderij van Rembrandt kregen we meerdere malen de toezegging dat we het konden lenen. Er leek geen vuiltje aan de lucht te zijn.’

Enkele weken voor de opening kwam het Israel Museum echter met slecht nieuws. De bruikleen gaat niet door omdat het museum vindt dat wanneer iemand beslag zou willen leggen op het schilderij, hun belang niet voldoende zou zijn afgedekt. De kwestie is actueel door de teruggave van kunst die nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben geroofd. In Nederland bepaalt de Restitutiecommissie regelmatig dat roofkunst uit musea terug moet naar de rechtmatige eigenaren, of de erfgenamen daarvan.

Bij Rembrandts schilderij De knielende Petrus is dat onmogelijk, zegt Schrijver. ‘De herkomstgeschiedenis van dit schilderij is schoon. Het is precies bekend waar het zich tijdens en na de oorlog bevond.’ In 2001 schonk een Amerikaans filantropenechtpaar het aan het Israel Museum, waarmee het zijn eerste Rembrandt in huis kreeg.

Een eventuele claim die met de herkomst te maken zou hebben is dan ook ‘een volstrekt theoretisch geval’, zegt Schrijver. ‘Iemand zou kunnen zeggen dat het schilderij bij zijn grootvader in de woonkamer hing. Maar daar zijn natuurlijk helemaal geen bewijzen voor.’ Het Israel Museum was toch beducht voor een beslag. ‘Ik kan niet uitsluiten dat het museum daar ervaring mee heeft. Bij een museum uit Israël kunnen mensen naar iets op zoek gaan om het hen lastig te maken.’

Het Israel Museum verlangde absolute zekerheid dat de Rembrandt na de tentoonstelling terugkeert naar Israël. Schrijver: ‘Op verzoek van het Israel Museum wilde het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken een immuniteitsverklaring afgeven. Dat betekent dat in principe geen beslag kan worden gelegd ofwel dat eventueel beslag snel kan worden opgeheven, omdat het schilderij eigendom is van de Israëlische Staat.’

Het grote struikelblok zou de mogelijke tussenkomst van de Nederlandse rechter zijn, die de eventuele beslaglegging moet opheffen. Dat zou kunnen betekenen dat Israël zijn topstuk een paar maanden ‘kwijt’ is totdat de rechter heeft bepaald dat het hier inderdaad staatseigendom betreft en het werk om die reden immuun is voor beslaglegging’. ‘Het museum wilde dit risico niet lopen en vroegen 100% garantie. Dat is een garantie die Nederland niet kan geven. De wetgeving staat dat niet toe.’

De grote frustratie is het late moment waarop het Israel Museum afhaakt. ‘Het is uiteindelijk een politieke keuze, want de risico’s zijn vrijwel uitgesloten.’ Het Joods Historisch Museum heeft besloten de tentoonstelling toch door te laten gaan, maar dan met De knielende Petrus in gereproduceerde vorm. Op de valreep was het Rijksmuseum bereid een andere Rembrandt uit te lenen, de olieverfschets Jozef zijn dromen vertellend uit circa 1633.

‘We hebben flink in de tentoonstelling geïnvesteerd’, zegt Schrijver. ‘Bezoekers krijgen De knielende Petrus in alle mogelijke vormen te zien en komen ontzettend veel te weten over Rembrandts meesterwerk. Alleen het origineel ontbreekt. Dat is een ongebruikelijke, ongewenste en ongemakkelijke situatie.’
 

This site is also available in English.