Menu
Evenement

NHM vertelt: Getuige Selma Velleman

Maandag 23 april 15.00-16.00u

Elke maand deelt een getuige zijn of haar herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in een interview met Esther Göbel, projectmedewerker van het Joods Cultureel Kwartier. Het zijn bijzondere gesprekken in aanwezigheid van publiek die worden vastgelegd op video. Alle gesprekken zijn in het Kenniscentrum van het Joods Cultureel kwartier te bekijken. Op 23 april spreekt Selma Velleman (1922). 

Selma Velleman werd op 7 juni 1922 in Amsterdam geboren in een zeer liberaal joods gezin. Ze had twee broers Louis en David en een zusje Clara. In het najaar van 1942 meldde Selma’s vader Barend zich aan voor tewerkstelling in een van de joodse werkkampen in Nederland. Hij had gehoord dat vrouwen en kinderen een vrijstelling kregen als hun mannen in een werkkamp gingen werken. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de kampen leeggehaald en de mannen naar Westerbork gestuurd. Ook hun vrouwen en kinderen werden opgehaald. Selma’s vader werd op 7 december in Auschwitz vermoord. ‘De volgende dag zei ik tegen m’n moeder: We moeten nu onderduiken want één van deze avonden komen ze ons ook halen’. Haar moeder Femmetje en Clara doken - voor veel geld - onder bij een begrafenisondernemer in Eindhoven. In 1943 werden ze verraden en via Westerbork naar Sobibor gedeporteerd en daar vermoord.

Selma dook op verschillende adressen in Amsterdam onder. Op één van haar vele onderduikadressen kwam zij in contact met mensen die in het verzet zaten. Ze werkte onder andere samen met de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en met de groep van Joop Westerweel, waarvoor ze onder andere persoonsbewijzen vervalste en bonkaarten afleverde bij onderduikers. In 1944 kreeg Selma een persoonsbewijs op naam van Margaretha van der Kuyt. Vanaf dat moment was Selma Marga. Haar joodse identiteit hield ze met succes verborgen. 

In juli 1944 ging het mis, ze werd door de SD gearresteerd en via gevangenissen in Utrecht en Amsterdam naar Kamp Vught overgebracht. Op 6 september 1944 volgde deportatie naar concentratiekamp Ravensbrück. Het kampleven werd getekend door ondervoeding, slechte hygiëne, ziektes, zwaar werk en mishandeling door kamppersoneel. Selma werd tewerkgesteld in de Siemensfabriek. In april 1945 werden zo’n 7500 vrouwen uit Ravensbrück gered, waaronder ook Nederlandse vrouwen. Dat gebeurde als onderdeel van een groots opgezette actie van het Zweedse Rode Kruis, aanvankelijk alleen bedoeld om Scandinavische gevangenen naar Zweden te brengen, maar andere nationaliteiten volgden. 

Behalve Selma overleefden ook haar broers Louis en David de Sjoa. Na de bevrijding voegde zij zich bij hen in Groot-Brittannië. De oorlog blijkt diepe sporen te hebben nagelaten in Selma's leven: 
`De eerste jaren kon ik bijna niet slapen. Ik ben in feit altijd blijven hangen in de periode voor de bezetting, toen ik nog thuis woonde. Ik had niemand meer over. Als mijn vriendinnen het over hun familie hadden, kon ik nooit meepraten en zelfs het bekijken van een foto is te pijnlijk voor mij.’

Locatie
Studio Nationaal Holocaust Museum i.o.
Plantage Middenlaan 27
1018 DB Amsterdam 

Toegang
Gratis op vertoon van uw entreebewijs voor het Joods Cultureel kwartier 

Tijd: 15.00
 

Deze site is ook beschikbaar in het Nederlands